De hond

In principe kunnen de dierfysiotherapeutische grondbeginselen op alle diersoorten worden toegepast, maar van de kleine huisdieren komen honden het vaakst in aanmerking voor fysiotherapie.
De diereigenaar is expert op het gebied van het gedrag van zijn dier en ziet vaak ook als eerste veranderingen in het gedrag of bewegen. Meestal is er dan ook echt iets aan de hond, een dier laat van nature niet gauw zien dat het pijn heeft!
Denk bijvoorbeeld aan dierfysiotherapie als het dier:

  • kreupelt of in telgang gaat
  • zich stijver beweegt (lopen, maar ook opstaan)
  • zich minder graag laat borstelen of aaien
  • minder graag loopt, buigt of springt

Wanneer er zwelling, spierspanning of temperatuursverhoging gevoeld wordt bij het dier kan dit ook wijzen op een probleem in het bewegingsapparaat.

Daarnaast kan de dierenarts doorverwijzen bij één of meerdere van onderstaande indicaties:

  • rug- en/of halsproblemen zonder duidelijke oorzaak
  • hernia, spondylose, lumbosacrale instabiliteit
  • verlammingsverschijnselen
  • incontinentie bij en na verlamming
  • acute letsels aan spieren, pezen, banden en gewrichten als gevolg van een blessure of ongeval
  • pees-, slijmbeurs- en gewrichtsontstekingen
  • revalidatie na botbreuken en operaties (bijvoorbeeld: kruisband/meniscus)
  • gewrichtsafwijkingen, zoals OCD, LPC, LPA, HD
  • artrose en ouderdomsklachten
  • spierziekten
  • verminderde sportprestaties
  • wondbehandeling