Het paard

Een paard geeft niet snel aan dat het ergens last van heeft. De eigenaar/verzorger heeft de meeste mogelijkheden om het paard te observeren. Blessures of kreupelheden worden vaak vooraf gegaan door een dysbalans die al maanden of soms jaren aanwezig is. Aangeraden wordt daarom uw dier minimaal eens per jaar preventief te laten controleren. Zo wordt voorkomen dat kleine verstoringen in de balans uitgroeien tot grotere problemen.
Een verandering in gedrag/beweging kan komen door een probleem aan het bewegingsapparaat. Het paard zal bijvoorbeeld:

  • verzet tonen bij het poetsen, zadelen/singelen of opstijgen
  • minder zin hebben om te werken
  • struikelen, korte pasjes maken, een onregelmatig looppatroon laten zien
  • problemen hebben met buigen, zijgangen, overgangen, aanspringen in galop
  • moeilijk nageven, problemen hebben met lengtebuiging
  • verzet tonen tijdens het rijden (steigeren, bokken, staken, vluchten)
  • verminderd presteren

Daarnaast kunnen de volgende observaties wijzen op een probleem in het bewegingsapparaat:

  • zwelling
  • spierspanning
  • scheef houden van de staart
  • temperatuursverschillen
  • pijnreactie wanneer u het paard op een bepaalde plek aanraakt
  • verminderde bespiering of links-rechts verschil in de bespiering

Wanneer je 1 of meerdere van bovenstaande dingen bij uw paard herkent is het advies contact op te nemen met de dierenarts, die eventueel voor fysiotherapie kan doorverwijzen.

Daarnaast kan de dierenarts doorverwijzen bij 1 of meerdere van onderstaande indicaties:

  • rug- en/of halsproblemen
  • acute letsels aan spieren, pezen, banden en gewrichten als gevolg van een blessure of ongeval
  • pees-, slijmbeurs- en gewrichtsontstekingen
  • revalidatie na operatie
  • artrose en ouderdomsklachten
  • ataxie
  • verminderde sportprestaties
  • wondbehandeling